Veelgestelde vragen

Hieronder vindt u veel voorkomende vragen die bij de BBC zijn binnengekomen. 

Er zijn twee soorten polikliniekbezoeken waarin een patient kan worden vertegenwoordigd:

  1. Een (herhaal) polikliniekbezoek waarbij zowel de patient als de vertegenwoordiger aanwezig is, of
  2. Een herhaal-polikliniekbezoek door een (medisch) vertegenwoordiger van een patient voor wie persoonlijke aanwezigheid een te grote verstoring van dagelijks functioneren en welzijn betekent (190065). b.v. bij ernstige epilepsie.

Het belangrijkste verschil tussen deze twee zorgactiviteiten is het vereiste contact met de patient.
Het contact met de patiënt wordt wel vereist bij het eerst genoemde (herhaal) polikliniekbezoek.
Bij zorgactiviteit 190065 wordt enkel contact vereist met de (medisch) vertegenwoordiger.

Vertegenwoordiging van de patient bij consult op afstand
In de meeste situaties is het niet mogelijk om een van de zorgactiviteiten (screen-to-screen consult 190161, belconsult 190162 en schriftelijke consultatie 190163) te registreren als er enkel contact is met de 
vertegenwoordiger van de patient. Aangezien bij een polikliniekbezoek contact met de patient wordt vereist, wordt dit ook vereist bij de nieuwe zorgactiviteiten voor consulten op afstand (190161, 190162 of 190163).
Met de introductie van deze zorgactiviteiten is enkel de manier waarop het polikliniekbezoek wordt geleverd gewijzigd, de overige voorwaarden zijn gelijk gebleven. Een vertegenwoordiger en patient die gezamenlijk op de polikliniek aanwezig zijn, nemen ook gezamenlijk deel aan het consult op afstand.

Uitzonderingssituaties
Uiteraard zijn er situaties te bedenken waarin een patient niet in staat is om zichzelf te vertegenwoordigen in het kader van zijn geneeskundige behandelingsovereenkomst, bijvoorbeeld bij een ernstige vorm van dementie, of bij een baby van 1 jaar. In die situaties vindt het contact op de polikliniek ook vooral met de vertegenwoordiger plaats.
Het is in die situaties dan ook toegestaan om bij een consult met een vertegenwoordiger van de patient de zorgactiviteit, 190161, 190162 of 190163 te registreren.
Het is aan de hoofdbehandelaar om te beoordelen of de patient op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) mag worden vertegenwoordigd en of de kwaliteit van zorg geborgd blijft zonder contact met de patient.

Zorgactiviteit 190065 op afstand
De zorgactiviteit herhaal-poiikliniekbezoek, door de (medisch) vertegenwoordiger van een patient voor wie persoonlijke aanwezigheid een te grote verstoring van dagelijks functioneren en welzijn betekent (190065), is geïntroduceerd voor een specifieke patientengroep, waarbij het ongewenste effecten heeft om de patient uit zijn vertrouwde omgeving te halen en naar het ziekenhuis te laten komen voor een consult (bijvoorbeeld bij ernstige epilepsie).
Deze zorgactiviteit kan in 2018 NIET op afstand geregistreerd worden, omdat de regelgeving voorschrijft dat deze zorgactiviteit een face-to-face contact met de patient vervangt.
De NZa past de regelgeving aan, zodat dit per 2019 wel kan.

samenvattend:

 

Face-to-face polikliniekbezoek

Consultatie op afstand
(indien patient op grond van Wgbo vertegenwoordigd mag worden b.v. baby of ernstige dementie)

(herhaal)polibezoek met patiënt + vertegenwoordiger

190060 polibezoek

190013 herhaal polibezoek

190161 screen-to-screen consult

190162 telefonisch consult

190163 schriftelijke consultatie

 

 

herhaal polibezoek met alléén de vertegenwoordiger

190065 herhaal polibezoek met alléén de vertegenwoordiger

Kan niet op afstand geregistreerd worden in 2018

De NZa stelt per 2017 niet meer per indicatie (diagnose), maar op handelsproductniveau (stofnaam) vast of een middel valt onder de regeling add-on (dure) geneesmiddelen.
Ook dient de indicatie waarvoor het geneesmiddel wordt toegepast verplicht vastgelegd en op de nota vermeld te worden.
Door deze nieuwe regeling moet ook voor Avastin de indicatie geregistreerd worden.

De volgende indicatie ID's (geregistreerde en off-label indicaties) gelden voor Avastin, Eylea en Lucentis: 

Indicatie ID Werkzame stof Indicatie
22 Aflibercept Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van neovasculaire (natte) leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD).
24 Aflibercept Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visusverslechtering als gevolg van diabetisch macula-oedeem (DME).
26 Aflibercept Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visusverslechtering als gevolg van myope choroïdale neovascularisatie (myope CNV).
461 Aflibercept Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visusverslechtering als gevolg van macula-oedeem secundair aan retinale veneuze occlusie (retinale veneuze takocclusie (BRVO) of retinale veneuze stamocclusie (CRVO = centrale retinale veneuze occlusie)).
1325 Aflibercept Bij vormen van intra-oculaire neovascularisatie bij volwassenen, niet zijnde een geregistreerde indicatie, en waarbij bevazicumab onvoldoende werkzaam is gebleken of niet toegepast kan worden.
1326 Aflibercept Bij vormen van macula-oedeem bij volwassenen niet zijnde een geregistreerde indicatie, en waarbij bevazicumab onvoldoende werkzaam is gebleken of niet toegepast kan worden.
1344 Bevacizumab Bij vormen van intra-oculaire neovascularisatie bij volwassenen.
1345 Bevacizumab Bij vormen van macula-oedeem bij volwassenen.
22 Ranibizumab Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van neovasculaire (natte) leeftijdsgebonden maculadegeneratie (LMD).
24 Ranibizumab Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visus verslechtering als gevolg van diabetisch macula-oedeem (DME).
461 Ranibizumab Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visusverslechtering als gevolg van macula-oedeem secundair aan retinale veneuze occlusie (retinale veneuze takocclusie (BRVO) of retinale veneuze stamocclusie (CRVO = centrale retinale veneuze occlusie)).
462 Ranibizumab Gebruik bij volwassenen voor de behandeling van visusverslechtering als gevolg van choroïdale neovascularisatie (CNV).
1325 Ranibizumab Bij vormen van intra-oculaire neovascularisatie bij volwassenen, niet zijnde een geregistreerde indicatie, en waarbij bevazicumab onvoldoende werkzaam is gebleken of niet toegepast kan worden.
1326 Ranibizumab Bij vormen van macula-oedeem bij volwassenen niet zijnde een geregistreerde indicatie, en waarbij bevazicumab onvoldoende werkzaam is gebleken of niet toegepast kan worden.

Uitlevering versie maart 2017

De volgende verzekeraars hebben de optometrist opgenomen als geldig verwijzer naar de oogarts in 2017: 

  • CZ
  • Zilveren Kruis, Interpolis, Avero, FBTO, OZF en Prolife
  • Z&Z
  • De Friesland 
  • VGZ (nieuw per 2017)

Patiënten die verzekerd zijn bij Menzis, ENO, ONVZ, DSW en ASR hebben een verwijskaart van de huisarts nodig.

Openen zorgtraject bij intercollegiaal consult (icc) 190009

  • Een icc (zorgtraject met subtraject ZT13*) wordt door de medisch specialist (of arts-assistent) die de poortfunctie uitvoert geopend bij een intercollegiaal consult (icc) voor een patiënt die klinisch is opgenomen waarbij één of meer verpleegdagen en/of ic-behandeldagen of verblijfsdagen ggz op een paaz of puk zijn geregistreerd.

    Er staat niet aangegeven waar in het ziekenhuis dit onderzoek moet plaatsvinden. Dat kan dus zowel aan het bed als op de polikliek zijn.
     

  • Een specialisme mag per klinische opname maximaal één icc zorg/subtraject (dat uit meerdere contacten kan bestaan) voor een intercollegiaal consult registreren.
     
  • Wanneer na een icc de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (icc) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de icc-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.
     
  • Wanneer een specialisme dat de patiënt reeds onder behandeling heeft, een verzoek krijgt van een ander specialisme voor een intercollegiaal consult, dan mag het eerstgenoemde specialisme een icc-zorg/subtraject openen naast het reeds lopende zorgtraject voor de eigen reguliere behandeling. De diagnose-combinatietabel is niet van toepassing op icc-zorg/subtrajecten.
     
  • Bij een dagverpleging en langdurige observatie zonder overnachting (zorgactiviteit 190091) mag geen icc-zorg/subtraject worden geopend.
     
  • Een zorgtraject met een subtraject met ZT13 (intercollegiaal consult) wordt afgesloten wanneer de klinische opname van het bijbehorende zorgtraject wordt beëindigd, of uiterlijk op de 120e dag.

 

*De volgende zorgtypes worden onderscheiden:

  • ZT11: het eerste subtraject binnen een zorgtraject.
  • ZT21: alle volgende subtrajecten binnen een zorgtraject na afsluiting van zorgtype 11.
  • ZT13: subtraject bij een intercollegiaal consult (icc). Subtrajecten met zorgtype 13 vormen tevens een zorgtraject.
  • ZT41: subtraject voor een overig zorgproduct uit de subcategorie medisch specialistische behandeling en diagnostiek.
  • ZT51: subtraject voor opname op de ic en voor ic intercollegiaal consult buiten de ic met een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.
  • ZT52: subtraject voor opname op de ic zonder een bijbehorende behandeling door een poortspecialist.

 

Bron: Nadere Regeling Medisch specialistische zorg (NR/REG-1713 artikel 7 en 8) en Beleidsregel Prestaties en tarieven medisch-specialistische zorg (BR/REG 17121) NZa 2017.

Een geperforeerde punctum plug wordt geplaatst om de traanpunt te herstellen. Diagnose obstructie (verworden) (307) of overige pathologie traanwegen (309) in combinatie met herstel traanpunt (31621) leidt in de boom ooglid/traanapparaat tot een declarabel product. 

De gewone punctum plug wordt geplaatst bij droge ogen. Diagnose sicca syndroom (404) in combinatie met inbrengen plug punctum lacrimale (31625) leidt in de boom cornea af naar een declarabel product.

 

Als een optometrist of orthoptist op verwijzing van een oogarts of andere medisch specialist een patiënt ziet voor een zorgvraag (waar GEEN DBC voor openstaat) dan wordt deze zorg gedeclareerd middels een OZP en geldt verwijstype 5.

Als die patiënt terugkomt op verzoek van de orthoptist of optometrist en nog steeds GEEN DBC openstaat (is dus een soort vervolg-OZP), geldt verwijstype 7 voor optometrie en orthoptie. Vandaar dat optometristen en orthoptisten die binnen een instelling werkzaam zijn een AGB-code moeten aanvragen.  

Classificatie Type verwijzer: 

  1. Zelfverwijzer SEH (een patiënt die zich meldt bij de SEH zonder verwijzing).
  2. Zelfverwijzer niet-SEH (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek zonder verwijzing).
  3. Verwezen patiënt SEH (Een patiënt die zich meldt bij de SEH met een verwijzing).
  4. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing vanuit de eerste lijn).
  5. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit ander specialisme binnen dezelfde instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van een ander medisch specialisme binnen dezelfde instelling).
  6. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit andere instelling (bijvoorbeeld een patiënt die zich meldt bij de polikliniek met een verwijzing van andere instelling).
  7. Eigen patiënt (bijvoorbeeld ingeval vervolg traject of nieuwe zorgvraag van eigen patiënt).
  8. Verwezen patiënt niet-SEH vanuit eerste lijn, maar verwijzer heeft geen AGB-code (bijvoorbeeld ingeval van optometristen).
  9. Patiënt welke gebruik maakt van directe toegang tot ergotherapie, fysiotherapie, logopedie, dieetadvisering of orthoptie.

 

BBC gerelateerde vragen kunt u richten aan: nog@oogheelkunde.org.

Graag in de onderwerpregel "voor BBC" vermelden.

Nee, voor het FDT gezichtveldonderzoek is geen zorgactiviteitcode beschikbaar.

Er zijn twee codes voor gezichtsveldonderzoek binnen DBC/DOT:

  • 39818 Statische perimetrie. Deze code is beldoeld voor het gezichtsveldonderzoek uitgevoerd met de Humphrey Field Analyser.
  • 39819 Gezichtsveldonderzoek. Deze code is beldoed voor het gezichtsveldonderzoek uitgevoerd met de Goldmann.

Formulieren afzien en gebruik inzage-, correctie en blokkeringsrecht bij de rijbewijskeuring alleen van toepassing op herkeuringen en vorderingskeuringen

Binnen de oogheelkunde kennen we twee soorten keuringsrapporten voor het CBR. U dient in beide gevallen altijd aan de betrokkene aan te geven dat hij het recht heeft om het rapport in te zien en de verzending ervan te blokkeren.

  1. Iedere oogarts mag het format rapport oogarts van het CBR invullen. De patiënt stuurt dit rapport zelf, samen met de eigen verklaring, naar het CBR. U kunt volstaan met het aanvinken van ja/nee op het format rapport oogarts bij “inzage- en blokkeringsrecht besproken?”.
  2. Daarnaast zijn er een aantal oogartsen door het CBR aangewezen als keuringsarts voor herkeuringen en vorderingskeuringen. Dit uitgebreidere rapport wordt door de oogarts naar het CBR gestuurd. Er zijn dan meerdere mogelijkheden:
  • U mag het rapport insturen zonder dat betrokkene het hoeft te zien.
  • U mag het rapport insturen zonder dat betrokkene het hoeft te zien, maar hij wil wel een kopie van het rapport.
  • Betrokkene wil het rapport eerst zien voordat u het instuurt.

Het formulier afzien en de voorbeeldbrief met het formulier voor gebruik van het correctie en blokkeringsrecht zijn door het CBR  ontwikkeld om het u makkelijker te maken om dit schriftelijk te verwerken. U bent niet verplicht om deze formulieren te gebruiken. Het voordeel is dat deze formulieren volledig juridisch sluitend zijn. 

Voor de laserbehandelingen zijn de volgende zorgactiviteitencodes beschikbaar:

  • 30895 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen, mits niet vallend onder 030896 of 030897 (hieronder valt de cryo)
  • 30896 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. focale laserbehandeling. (hieronder vallen ook de LTP, ALT en SLT)
  • 30897 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. panretinale laserbehandeling.
  • 30898 Behandeling van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. YAG-laser (Hieronder valt ook de PI)

 

Neen, een ingreep mag zelf niet als consult worden geteld. Indien op dezelfde dag als de ingreep een controle plaatsvindt ten behoeve van die ingreep, kan een policonsult worden geregistreerd. Een en ander dient wel in het dossier als zodanig herkenbaar te zijn.

 

 

Waarneming is niet mogelijk. Bij waarneming wordt bedoeld een waarneming tussen twee medisch specialisten van hetzelfde specialisme. Het betreft hier weliswaar een collega die oogarts is geweest maar formeel is deze niet meer geregistreerd in het register van de MSRC als oogarts. Hij/zij mag derhalve de beschermde titel oogarts niet meer voeren en zich ook niet voorstellen aan patiënten als oogarts.

Hij/zij kan u wel ondersteunen/assisteren als arts. Hij/zij werkt dus onder supervisie van u. U bent en blijft de hoofdbehandelaar/eindverantwoordelijke. Alvorens hij/zij u gaat ondersteunen dient u toestemming tot toelating te verkrijgen van het ziekenhuis. U moet het ziekenhuis laten weten dat het hier geen vervanging maar ondersteuning betreft. De contractuele relatie met deze arts kunt u vastleggen in een overeenkomst van opdracht. Een voorbeeld te verkrijgen bij Federatie Medisch Specialisten. U kunt in deze overeenkomst de werkzaamheden vastleggen die de arts in casus als ondersteuning voor u mag doen.

Let op: De NZa heeft aangegeven dat in de situatie dat indiener sprake is dat een oogarts werkzaam is als ‘solist’ er GEEN ondersteunend medisch personeel werkzaam mag zijn. M.A.W. bovenstaande is NIET geldig voor de solistisch werkzame oogarts.

 

Om een parallel traject te mogen open moet er sprake zijn van:

  • Een nieuwe zorgvraag vanuit het perspectief van de patiënt. 
  • Waarvoor diagnostiek én behandeling nodig is (niet behandelen is ook behandelen, dus traject moet eigen zorgactiviteiten hebben: minimaal een operatie of een polikliniekbezoek).
  • De combinatie van het reeds geopende subtraject en het nieuwe subtraject mag NIET op de Diagnose combinatie tabel (DCT) voorkomen. 

Voor binoculaire aandoeningen geldt dat u alleen een parallel traject mag openen als beide ogen operatief worden behandeld binnen 42 dagen. Dus u opent een parallel traject voor een staaroperatie aan het tweede oog indien u dit oog opereert binnen 42 dagen na de operatiedatum van het eerste oog. Dit parallele traject opent u op de dag van de operatie aan het tweede oog.

Uitzonderingen:

  • Bij een strabismusoperatie en een dermatochalasis mag u géén parallel traject openen bij operatie op dezelfde dag aan OD en OS. (Want op de DCT staan de volgende diagnosecombinaties: 204/204, 205/205 en 255/255)
  • Voor Netvliesloslating, Intravitreale injectie en Photodynamische therapie geldt een uitzonderingsregel in de afsluitregels (de zogenaamde in tempi regeling). U moet voor deze operaties alleen een parallel traject openen indien u beide ogen op dezelfde dag behandelt.

Let op:

  • De nieuwe zorgvraag moet vanuit medische dossier duidelijk zijn.
  • Aaneengesloten klinische dagen morgen niet gesplitst worden, dus u mag tijdens één opname niet 2 verschillende zorgvragen aan 2 klinische trajecten koppelen.

 

De declaratie mogelijkheden voor intravitreale injecties in het algemeen:

  • Bij exsudatieve AMD wordt gedeclareerd onder diagnosecode 704. Afspraken over aantal te declareren DBC's dienen vooraf te zijn overeengekomen met de gezamenlijke zorgverzekeraars. Het gebruik van Lucentis is hierbij toegestaan conform de DBC-registratie instructie voor oogheelkunde.
  • Een alternatieve wijze is declaratie onder andere diagnoses in de retinaboom. Afspraken over aantal + kostprijs per DBC dienen vooraf met de afzonderlijke verzekeraars te zijn overeengekomen. Volgens de instructie DBC registratie oogheelkunde geeft echter andere diagnoses dan 704 geen validatie t.a.v. de afzonderlijke declaratie van het dure geneesmiddel Lucentis als add-on.

Een zogenaamd ‘duur geneesmiddel’ kan alleen als add-on worden geregistreerd bij een indicatie die voorkomt op de lijst van de NZa. Indien het dure geneesmiddel voor een andere diagnose wordt toegepast dient de prijs te zijn opgenomen in de DBC prijs. Zie voor nadere info ook de meest actuele codeerwijzer op de NOG website onder BBC.

 

Open voor de patiënt een DBC met juiste diagnose, b.v. diabetische retinopathie (754, 755, 757, 759). Onder deze DBC valt de coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. panretinale laserbehandeling (verrichting 30897) wat resulteert in zorgproduct 79799025.

Indien een panretinale coagulatie wordt gedaan, ook al wordt dit in meerdere sessie bereikt, dan kan elke keer een za code 30897 geregistreerd worden. Wanneer een vervolg-behandeling gedaan wordt binnen 42 dagen na de vorige dan zal daarmee het afsluiten van de DBC opgeschoven worden tot 42 dagen na de laatste verrichting. Het maakt geen verschil of binnen het DBC-profiel 1 of meerdere zelfde panretinale laser codes aanwezig zijn. Uiteindelijk zal het afleiden tot 1 DBC-ZP. Indien beide ogen met lasercoagulatie behandeld worden, dient wel voor elk oog een apart traject geopend te worden. De juiste za dient dan handmatig aan het juiste traject gekoppeld te worden.

Indien er een andere diagnose aan het macula probleem ten grondslag ligt dan diabetes opent u op de dag van de intravitreale injectie een tweede DBC met bijvoorbeeld diagnosecode 705 maculopathie. U registreert de intravitreale injectie (verrichting 39810) onder deze DBC wat resulteert in zorgproduct 79799020. Elke volgende injectie registreert u met code 39810 onder deze DBC. Voor de intravitreale injectie geldt de uitzonderingsregel dat automatisch door het systeem de bestaande DBC wordt afgesloten en een nieuwe DBC wordt geopend zodra een nieuwe intravitreale injectie wordt geregistreerd. Elk DBC zorgproduct bevat dus één injectie en wordt dus ook per injectie uitbetaald. Indien beide ogen met intravitreale injectie behandeld worden, dient wel voor elk oog een apart traject geopend te worden. De juiste za dient dan handmatig aan het juiste traject gekoppeld te worden.

Wanneer beide operatieve verrichtingen onder dezelfde diagnose vallen en geregistreerd worden binnen 42 dagen na elkaar valideert de zwaarste operatieve verrichting. In dit geval is dat de intravitreale injectie. Zit er tussen beide operatieve verrichtingen meer dan 42 dagen (na de laatste panretinale laserbehandeling), dan valideren beide operatieve verrichtingen.

Het is aan uw professionele inschattingsvermogen om te bepalend welke diagnose(s) u stelt en op welke termijn behandeling geïndiceerd is.

In de codeerwijzer staat omschreven dat complexe cataract gecodeerd kan worden in volgende situatie: "betreft Cataractoperatie extracapsulair, met inbrengen van kunststoflens, met gebruik van niet standaard materialen of technieken (bijvoorbeeld: irishaken en andere irisverwijdende materialen of technieken, inhechten intraoculaire lens, gebruik capsular tension ring, gebruik kleurstoffen bij witte/mature cataracten) of bij kinderen in de amblyogene leeftijd."

Verder is het belangrijk om te melden dat deze code met nadruk niet is bedoeld voor clear-lens extraction (valt buiten de DBC systematiek) of multifocale implantlenzen (als normale cataract met bijbetaling).

In de uitzonderlijke situatie dat een multifocale of torische implantlens wordt geplaatst bij een medische indicatie waardoor de DBC onder 'verzekerde zorg' valt, adviseert de BBC om de ingreep wel te coderen als complexe cataract operatie.  In die situatie is namelijk geen bijbetaling mogelijk en prefereert de complexe ingreep.

De meest codeerwijzer vindt u onder DBC/DOT. Klik op het huidige jaartal voor de meest recente versie.

Elke DBC-diagnose leidt af naar een bepaalde beslisboom binnen DOT. Deze combinaties zijn te vinden onder Beroepsbehartiging/BBC onder het item DBC/DOT. Daarin is te zien dat zowel Uvea als retina afleidt naar de boom 079799 (oog en adnexen – Aandoeningen choroidea/retina/corpus vitreum/endoftalmitis). 

Met 'retina' worden die diagnosen bedoeld die niet vallen onder DM (= geen-DRP, NPDRP, Preprol. DRP, PDRP en overige pathologie DRP)

 

Indien er sprake is van een andere zorgvraag en de combinatie NIET voorkomt op de Diagnose Combinatie Tabel (tot op heden alleen blepharoplastiek en strabismus als operatieve verrichting die NIET dubbel gecodeerd mag worden), mag een nieuw parallel traject geopend worden. De betreffende verrichting dient dan nog aan het juiste subtraject te worden toegewezen. 

 

Nee, de code voor fundoscopie etc. is alleen bedoeld voor onderzoek ONDER NARCOSE. Deze code is ook te gebruiken voor andere diagnostische werkzaamheden onder NARCOSE zoals skiascopie en oogdrukmeting.

 

Uitgaande van het feit dat correcte registratie heeft plaatsgevonden, kan het voorkomen dat in het subtraject geen face-to-face contact aanwezig is. Deze subtrajecten leiden tot UITVAL. Uitval producten geven geen declaratie en dus geen opbrengst. Oplossing kan zijn: de waarde van deze uitval producten als opslag op de lokale kostprijs doorberekenen. Daarmee zijn de kosten gedekt. Omdat in UITVAL dus géén inzet van de oogarts zit, heeft e.e.a. geen consequenties voor gemist honorarium.

Met ingang van 2015 is het mogelijk om in bepaalde situaties subtrajecten die zouden uitvallen door het ontbreken van een face-to-face contact maar waarbinnen wel optometrische of orthoptische zorgactiviteiten zijn geregistreerd afzonderlijk te declareren als OZP. Voor nadere toelichting en voorwaarden wordt verwezen naar de documenten in de map OPT/ORT/PA.

 

 

Er bestaan 2 code's voor lasercoagulatie (niet zijnde YAG): 30896 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. focale laserbehandeling. 30897 Coagulatie van intra-oculaire aandoeningen d.m.v. panretinale laserbehandeling. Indien een panretinale coagulatie wordt gedaan, ook al wordt dit in meerdere sessie bereikt, dan kan elke keer een za code 30897 geregistreerd worden. Wanneer een vervolg-behandeling gedaan wordt binnen 42 dagen na de vorige zal daarmee het afsluiten van de DBC opgeschoven worden tot 42 dagen na de laatste verrichting. Het maakt geen verschil of binnen het DBC-profiel 1 of meerdere zelfde panretinale laser codes aanwezig zijn. Uiteindelijk zal het afleiden tot 1 DBC-ZP. Indien beide ogen met lasercoagulatie behandeld wordt, dient wel voor elk oog een apart traject geopend te worden. De juiste za dient dan handmatig aan het juiste traject gekoppeld te worden.

 

ROP onderzoek heeft een eigen za-code, zowel voor het onderzoek op de afdeling als op de polikliniek:  39816 Prematurenretinopathie (ROP) screening. Deze activiteit telt binnen de waardering van de poliklinische conservatieve DBC-ZP. Daarnaast is binnen klinische activiteiten een ICC nodig en binnen poliklinische werkzaamheden een policonsult om tot validatie af te leiden.

Indien een enkel ICC (klinisch intercollegiaal consult = Za-code 190009) aanleiding is voor een langduriger vervolgtraject, moet de ICC worden omgezet in ‘medebehandeling’ (Za-code 190017). 

Wanneer na een ICC de behandeling van de patiënt wordt overgenomen (of resulteert in een medebehandeling), mag geen (ICC) zorg/subtraject worden geopend. Het zorgtype van het subtraject moet worden omgezet van ZT13 naar ZT11 en de ICC-diagnosecode naar de diagnosecode die hoort bij de te behandelen zorgvraag.

 

 

Neen, dit is niet toegestaan. De NZa heeft aangegeven dat het verkeerd gebruik van zorgactiviteiten gezien wordt als fraude en dat daarop zal worden toegezien. Daarnaast kan een verzekeraar altijd materiële controle verrichten en tenslotte zal de accountant van het ziekenhuis kunnen weigeren om een verklaring van correctheid af te geven.

Met ingang van 2015 is het mogelijk om in bepaalde situaties subtrajecten die zouden uitvallen door het ontbreken van een face-to-face contact maar waarbinnen wel optometrische of orthoptische zorgactiviteiten zijn geregistreerd afzonderlijk te declareren als OZP. Voor nadere toelichting en voorwaarden wordt verwezen naar het document  Financiering optometrie en orthoptie binnen de instelling  d.d. 26 -11-2014 op de website van het NOG.

 

 

Met ingang van 2014 weegt optometrie mee als diagnostische zorgactiviteit binnen het betreffende subtraject en met ingang van 2015 is het mogelijk om in bepaalde situaties subtrajecten die zouden uitvallen door het ontbreken van een face-to-face contact maar waarbinnen wel optometrische of orthoptische zorgactiviteiten zijn geregistreerd afzonderlijk te declareren als OZP.

Voor nadere toelichting en voorwaarden wordt verwezen naar het document financiering optometrie en orthoptie binnen de instelling.

Er zijn verschillende lijsten waarin codes voor zorgactiviteiten voorkomen.

  • De oude CTG lijsten, maar deze zijn niet meer functioneel en vervangen door Zorgactiviteitenlijsten, ofwel ZA's.
  • De volledige actuele ZA lijst voor zowel ingrepen (operatief) als onderzoek (diagnostisch) is te downloaden op de site van de Nederlandse Zorgautoriteit. Nadeel is dat daarin geen onderscheid gemaakt is welke ZA's met name voor de oogheelkunde gebruikt worden. Om u behulpzaam te zijn heeft het NOG die lijsten gecomprimeerd naar lijsten waarin oogheelkundige ZA's bij elkaar gezet zijn. Op de website van het NOG zijn het overzicht van diagnostische verrichtingen (2016) en het overzicht van operatieve verrichtingen (2016) te downloaden.
  • Een probleem is dat sommige ziekenhuizen niet de officiële ZA lijsten van DBC onderhoud gebruiken, maar een eigen systeem namelijk lijsten samengesteld door Dutch Hospital Data (DHD). Deze CBV lijst bevat heel veel meer codes dan er zorgactiviteiten zijn, met name om binnen de eigen zorginstelling extra eigen registraties mogelijk te maken. Wij raden u aan alleen de officiële ZA's te gebruiken, omdat de koppeling tussen de CBV codes en de officiele NZa Zorgactiviteitencodes niet altijd kloppen. met ingang van 2015 zijn de CBV lijsten herzien in overleg met het NOG/BBC. Onjuiste codes zijn verwijderd, soms zijn ze tekstueel aangepast, en waar nodig zijn codes toegevoegd. 

Ja, u mag spoedpatiënten zien op dezelfde dag of binnen 24 uur zonder verwijsbrief van de huisarts.

In lid 2 van artikel 14 van de Zorgverzekeringswet staat hierover het volgende:

‘De zorgverzekeraar neemt in zijn modelovereenkomst op dat geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden, met uitzondering van acute zorg, slechts toegankelijk is na verwijzing door in die overeenkomst aangewezen categorieën zorgaanbieders, waaronder in ieder geval de huisarts.’

Er zijn 2 zorgactiviteitencodes waarmee u kunt aangeven dat de geleverde zorg spoedzorg betreft, afhankelijk van de plaats waar de spoedzorg wordt verleend. Dit zijn telcodes die niet meewegen in de afleiding van de zwaarte van het DBC zorgproduct, maar wel in de kostprijsberekening.

De telcodes kunnen worden geregistreerd naast het polikliniek-bezoek (1e policontact 190060 of 'herhaal-polikliniekbezoek' 190013):
1. Spoedeisende hulp contact op de SEH afdeling: code 190015; Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist (specialist of arts-assistent) in het kader van een acute zorgvraag op de spoedeisende hulp. 

2. Spoedeisende hulp op de poli oogheelkunde: code 190016 (Spoedeisende hulp contact buiten de SEH-afdeling, elders in het ziekenhuis); Een face-to-face contact tussen een patiënt en poortspecialist (specialist of arts-assistent) in het kader van een acute zorgvraag op een andere afdeling dan de spoedeisende hulp.

De vraag kan opkomen wat wordt verstaan onder 'acute zorg'. Daarover zijn geen eenduidige uitspraken. Daarom is het advies van de BBC om de betreffende zorgvraag duidelijk vast te leggen in het medisch dossier. En waar mogelijk met zorgverzekeraars afspraken te maken bij het maken van productie afspraken.

 

Contact

T: 024 - 32 49 044
M: 06 - 52 34 58 45
Bezoekadres:
Trieststraat 1e
6512 CW 
Nijmegen.
Postadres:
Postbus 1583
6501 BN Nijmegen