NOG pleit voor bredere vergoeding van kinderbrillen, Zorginstituut houdt vast aan huidige grens

08-09-2026

Zorginstituut Nederland adviseert de minister van VWS om de vergoeding van brillenglazen, monturen en contactlenzen voor kinderen tot 18 jaar onveranderd te laten. Het advies is op 23 juli naar de minister gestuurd en op 4 september gepubliceerd. Aanleiding is de discussie over kinderbrilarmoede, waarover minister Bruijn de Tweede Kamer in januari al informeerde over de lopende trajecten.

Het NOG heeft in de consultatieronde in een reactie, die is opgesteld met orthoptisten uit het NVVO-bestuur, gepleit voor een bredere medische indicatie. Wij hebben vier categorieën benoemd waarvoor correctie medisch noodzakelijk is. Ter voorkoming van refractieve amblyopie (hypermetropie boven SE +3,50 D, myopie vanaf SE -1,00 D, anisometropie vanaf 1,25 D en astigmatisme vanaf 1,50 D), ter voorkoming van amblyopie bij strabismus, ter voorkoming van deprivatie-amblyopie bij lens- en cornea-aandoeningen, en ter voorkoming van asthenope klachten.

Het Zorginstituut heeft dit signaal niet overgenomen. De vergoeding blijft gebonden aan S-6 D. Dat is paradoxaal, omdat het risico op visusbedreigende complicaties juist vanaf -6,00 D stijgt. De vergoeding begint dus pas als het risico al fors is opgelopen. Daarnaast volgt het Zorginstituut onze onderbouwing over amblyopiepreventie niet, terwijl amblyopie alleen op de kinderleeftijd te voorkomen en te behandelen is. Na die periode laat de neuroplasticiteit van het brein zelden nog effect toe. Een kinderbril is een goedkope, bewezen interventie die blijvende visusschade kan voorkomen en daarmee bijdraagt aan kwaliteit van leven, ontwikkeling, gezondheid en kansengelijkheid van het kind.

In het Pakketadvies kinderbrillen stelt het Zorginstituut dat het basispakket geen onderscheid naar inkomen kan maken. Volledige vergoeding zou ruim € 200 miljoen per jaar kosten, tegenover € 5 tot € 10 miljoen bij gerichte vergoeding voor gezinnen met een beperkt inkomen. Het advies is daarom bestaande landelijke regelingen te verbeteren. De uiteindelijke beslissing ligt bij VWS. We verwachten dat de minister ergens in de komende 6 maanden een beslissing hierover neemt.

Het Zorginstituut buigt zich de komende tijd in een separaat traject over de vergoeding van brillenglazen in het kader van myopiepreventie. Het NOG volgt dit traject nauwlettend.