Beide ogen tezamen: ≥ 0,5
Bij eenogigheid of als maar één oog gebruikt wordt (bijv.
diplopie): ≥ 0,6
Visus zonder correctie
Brekings- en correctieafwijkingen
Geen eisen.
Dichtbij zien
Uitwendig onderzoek
Geen storende diplopie
Stereoscopisch zien
Kleuren zien
Geen eisen.
Gezichtsvelden
Bij zien met één of beide ogen: horizontaal: ≥ 140°
Nader onderzoek in een gespecialiseerd, bij voorkeur academisch,
oogheelkundig centrum bij:
afwijkingen in het hor. gezichtsveld zoals homonyme hemianopsie
afwijkingen in andere meridianen
aanwezigheid van scotomen
Geschiktheidverklaring kan dan worden verkregen op grond van het
specialistisch rapport en na een positieve rijtest met de deskundige van
het CBR. Het CBR heeft hiervoor een protocol.
Donkeradaptatie
Ongestoord.
Bij twijfel → nader onderzoek in gespecialiseerd, bij voorkeur academisch,
oogheelkundig centrum met een adaptometer.
Eis: ≤ 1 logeenheid afwijking, eventueel ondersteund
door een rijtest met de deskundige van het CBR. Het CBR heeft
hiervoor een protocol.
Overig
Geen hinderlijke mediatroebelingen m.b.t. verkeersdeelname
Tijdelijke ongeschiktheid bij:
Progressieve oogaandoeningen (zie ook opmerkingen)
Onvoldoende met contactlenzen gecorrigeerde afakie
Geen eenogigheid (incl. storende diplopie waarbij 1 oog is
afgedekt), tenzij er een aanpassingsperiode ≥ 3 maanden heeft
plaatsgevonden.
Opmerkingen
Intra-oculaire lenzen toegestaan indien geen problemen zoals
diplopie, storende mediatroebelingen of progressieve oogaandoening.
Voorzichtigheid geboden met geschiktheidsbeoordeling bij
personen met multifocale intra-oculaire lenzen vanwege mogelijke
hinderlijke strooilichteffecten in het schemerdonker.
Beperking van geschiktheidstermijn, aan te geven door keurend
oogarts, bij onder meer de volgende progressieve (bilaterale)
oogaandoeningen:
Cataract
Glaucoom met gezichtsveldbeperkingen of grote scotomen