Luchtvaart: Klasse 1 ( Beroepsvlieger, Verkeersvlieger )

Luchtvaart: Klasse 1 ( Beroepsvlieger, Verkeersvlieger )
vorige pagina      menu    volgende pagina

 

Eisen

Visus

Met of zonder correctie:
  • Binoculair met beide ogen:  ≥ 1,0
  • Elk oog afzonderlijk:  ≥ 0,7

Visus zonder correctie

 Geen eisen

Brekings- en correctieafwijkingen

Brekingsafwijkingen worden gedefinieerd als de afwijking van emmetropie gemeten in dioptrieën in de meest ametropische meridiaan.

Eisen initiële keuring:
  • tot + 5/-6 D brekingsafwijking.  Indien de functionele prestatie-eisen alleen kunnen worden gehaald met correctie, dan kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen door de AMS, indien:
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • indien de brekingsafwijking groter is dan +/- 3 D, er dan elke 5 jaar een heronderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts of optometrist die voor de AMS (vliegmedische afdeling) aanvaardbaar is.
  • ≤  2 D astigmatisme
  • ≤  2 D anisometropie

Eisen periodieke keuringen of keuringen voor hernieuwde afgifte:
  • kandidaat is voldoende ervaren volgens het bevoegd gezag
  • tot +5/-6 D brekingsafwijking. 
    Bij een myopische brekingsafwijking groter dan -6 D kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen door de AMS, indien:
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • tweejaarlijks heronderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts of optometrist die voor de AMS aanvaardbaar is.
  • ≤  3 D astigmatisme.  
    Bij een astigmatisme groter dan 3 D kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen door de AMS, indien:
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • tweejaarlijks heronderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts of optometrist die voor de AMS aanvaardbaar is.
  • ≤  3 D anisometropie.
    Bij een anisometropie groter dan 3 D kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen door de AMS, indien:
    • contact lenzen worden gedragen
    • geen significante pathologie
    • optimale correctie is overwogen
    • tweejaarlijks heronderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts of optometrist die voor de AMS aanvaardbaar is.

Kandidaten met een grote brekingsafwijking moeten gebruik maken van contactlenzen of brillenglazen met een hoge brekingsindex.

Dichtbij zien

 Met correctie, indien voorgeschreven:
  • Kaart N5 (of equivalent) op 30-50 cm.  
  • Kaart N14 (of equivalent) op 100 cm

Uitwendig onderzoek

  • Geen significante storing in binoculair zien.
  • Geen diplopie
  • Met correctie, indien voorgeschreven:
      op 33 cm op 6 m
    hyperforie ≤ 1 prisma D ≤ 2 prisma D
    esoforie ≤ 8 prisma D ≤ 10 prisma D
    exoforie ≤ 12 prisma D ≤ 8 prisma D
    Indien de fusiebreedtereserves voldoende zijn om asthenopie en diplopie te voorkomen kan een geschiktheidbeoordeling worden overwogen. De beeldfusiereserves moeten dan worden getoetst door een voor de AMS aanvaardbare oogarts met een aanvaardbare methode (bijv. Goldmans Rood / Groen binoculaire beeldfusietest).

Stereoscopisch zien

 

Kleuren zien

  •  Ishiharatest (24-plaats versie):
de eerste 15 platen platen foutloos, zonder onzekerheid of aarzeling (< 3 sec per plaat).  Deze platen moeten in willekeurige volgorde worden getoond.

Indien niet aan de eis van de Ishiharatest wordt voldaan, kan men alsnog als kleurveilig worden beschouwd als één van de volgende eisen wordt gehaald:
  • Anomaloscopie (Nagel of gelijkwaardig): kleurovereenkomst trichromatisch en kleurovereenkomstbereik 4 schaaleenheden of minder
  • Lantaarntest (Holmes Wright, Beynes, Spectrolux, of andere test aanvaardbaar voor de AMS): foutloos

Bij periodieke keuringen of keuringen voor hernieuwde afgifte hoeft het kleuren zien alleen te worden getest als daar klinisch reden toe is.

Gezichtsvelden

  • Normaal. 
    Bij een gezichtsvelddefect kan goedkeuring worden overwogen, indien:
    • het binoculaire gezichtsveld normaal is
    • de onderliggende pathologie aanvaardbaar is voor de AMS

Donkeradaptatie

 

Overig

  • Geen eenogigheid.
  • De functies van de ogen en hun adnexa moeten normaal zijn. Een actieve pathologische aandoening, congenitaal of verworven, acuut of chronisch, of enig restverschijnsel van oogchirurgie of trauma, is niet toegestaan als het kan interfereren met een veilige beroepsuitoefening.
  • Keratoconus leidt tot afkeuring. Een hernieuwde geschiktheidbeoordeling na diagnose van keratoconus kan worden overwogen, indien:
    • met corrigerende lenzen aan de visuseisen wordt voldaan
    • periodiek heronderzoek wordt uitgevoerd door een oogarts die voor de AMS aanvaardbaar is, de frequentie te bepalen door de AMS.
  • Refractieve chirurgie leidt tot ongeschiktheid. 
    Een geschiktheidbeoordeling kan worden overwogen door de AMS, indien:
    • pre-operatieve refractie: tot +5 / -6  D
    • dagelijkse schommeling: < 0,75 D
    • geen postoperatieve complicaties
    • gevoeligheid voor schittering ("glare") binnen normale grenzen
    • mesopische contrastgevoeligheid niet verslechterd
    • heronderzoek uitgevoerd door een oogarts die voor de AMS aanvaardbaar is, indien de AMS zo'n onderzoek wenselijk acht.
  • Een cataractoperatie leidt tot ongeschiktheid. Een geschiktheidbeoordeling kan worden overwogen door de AMS na drie maanden.
  • Een operatie aan de retina leidt tot ongeschiktheid. Een geschiktheidbeoordeling kan normaal gesproken zes maanden na succesvolle chirurgie worden overwogen door de AMS.  Na retinale laser therapie is een geschiktheidbeoordeling aanvaardbaar voor de AMS.  Een heronderzoek, indien noodzakelijk, zal worden bepaald door de AMS.
  • Een operatie vanwege glaucoom leidt tot ongeschiktheid. Een geschiktheidbeoordeling kan bij een periodieke keuring of keuringen voor hernieuwde afgifte worden overwogen door de AMS.  Een heronderzoek, indien noodzakelijk, zal worden bepaald door de AMS.

Opmerkingen

  • Een oogheelkundig onderzoek is bij de initiële keuring vereist en omvat:
    • Voorgeschiedenis
    • Visus, dichtbij, op middellange afstand en op grote afstand: ongecorrigeerd en met beste optische correctie, indien nodig
    • Objectieve refractie. Hypermetrope kandidaten onder de leeftijd van 25 jaar met cycloplegie
    • Oogbeweeglijkheid en binoculair zien
    • Kleuren zien
    • Gezichtsvelden
    • Tonometrie op klinische indicatie en boven de leeftijd van 40 jaar.
    • Onderzoek van het uitwendige oog, de anatomie, media (spleetlamp) en funduscopie.
  • Een routine oogonderzoek moet deel uitmaken van alle verlengings- en herkeuringen en omvat:
    • Voorgeschiedenis
    • Visus, dichtbij, op middellange afstand en op grote afstand: ongecorrigeerd en met beste optische correctie, indien nodig
    • Onderzoek van het uitwendige oog, de anatomie, media en funduscopie.
    • Nader onderzoek op klinische indicatie (bijvoorbeeld: substantiele afname in ongecorrigeerde visus, elke afname in best gecorrigeerde visus en/of de aanwezigheid van een oogziekte, oogverwonding, of een oogoperatie).
  • Indien de functionele prestatienormen (0.7, 1.0, N14, N5) bij houders van een medische verklaring slechts kunnen worden behaald m.b.v. corrigerende lenzen en de brekingsafwijking is groter dan +/- 3 D, dan moet de kandidaat een onderzoeksrapport overleggen afkomstig van een oogarts of optometrist die voor de AMS aanvaardbaar is.  Indien de brekingsafwijking niet groter is dan +5 / -6 D, dan moet dit onderzoek zijn uitgevoerd binnen 60 maanden voor het algemeen medisch onderzoek.  Indien de brekingsafwijking groter is dan +5 / -6 D, dan moet dit onderzoek zijn uitgevoerd binnen 24 maanden voor het onderzoek.  Het onderzoek moet omvatten:
    • Voorgeschiedenis
    • Visus, dichtbij, op middellange afstand en op grote afstand: ongecorrigeerd; met beste optische correctie, indien nodig
    • Refractie
    • Oogbeweeglijkheid en binoculair zien
    • Gezichtsvelden
    • Tonometrie boven de leeftijd van 40 jaar.
    • Onderzoek van het uitwendige oog, de anatomie, media (spleetlamp) en funduscopie.
    Het rapport moet naar de AMS worden gezonden. Indien enige afwijking wordt waargenomen, zodanig dat er twijfels rijzen omtrent de gezondheidstoestand van de ogen van de kandidaat, dan zal nader oogheelkundig onderzoek vereist zijn (bijv. bij een aanzienlijke afname van de ongecorrigeerde visus, elke afname van de gecorrigeerde visus en/of het voorkomen van oogaandoeningen, oogletsel, of oogoperatie).
  • Houders van een medische verklaring die ouder ouder zijn dan 40 jaar moeten elke 2 jaar een oogdrukmeting ondergaan of een rapport overleggen van een oogdrukmeting welke binnen 24 maanden voor het onderzoek is uitgevoerd.
  • Voor visuseisen op alle afstanden mag maar één enkele bril worden gebruikt.
  • Een adequate reservebril is verplicht
  • Indien alleen onder gebruikmaking van een correctie aan de visuseisen kan worden voldaan, dan moet de bril of contactlenzen een optimale visusfunctie verschaffen, goed worden verdragen en geschikt zijn voor luchtvaartdoeleinden.  Indien contactlenzen worden gedragen, dan moeten deze monofocaal zijn voor kijken op grote afstand.  Orthokeratologische contactlenzen mogen niet worden gebruikt.
  • Contactlenzen welke gedragen worden voor luchtvaartdoeleinden moeten monofocaal zijn en niet getint.
  • De ontwikkeling van presbyopie moet worden gevolgd bij alle herkeuringen.
  • Als een centrale visus in één oog niet meer aan de eisen voldoet, dan kan een hernieuwde bevoegdverklaring in overweging worden genomen (echter gelimiteerd tot uitsluitend multicrew operaties, klasse 1 "OML"), indien:
    • normaal binoculair gezichtsveld
    • aanvaardbare onderliggende pathologie
    • toereikende vliegtest

NOG versie: Feb 2008 / Feb 2007
Gebaseerd op document: "JAR-FCL 3", Engelse versie, amendement 5 (1-12-2006),
zie: http://www.jaa.nl/publications/jars/606984.pdf

Zoom in Reset Zoom Zoom uit